Niet Westerse Allochtone vrouwen (en mannen) werken steeds meer, maar…

Sinds 1996 is het plaatje van werkend Nederland flink veranderd. Niet alleen zijn er flink veel meer autochtone vrouwen gaan werken, het aantal niet westerse allochtonen (NW) die daadwerkelijk deelnemen aan het arbeidsproces is nog veel meer toegenomen. Onderstaande grafiek laat dat zien:


Grafiek 1. Netto Arbeidsparticipatie (NAP) is iedereen tussen de 15 en 65 jaar die een baan heeft van 12 uur of meer per week, als percentage van de potentiële beroepsbevolking (de totale bevolking tussen 15 en 65)
(Zie ook update onderaan)

De totale bevolking is flink meer gaan werken tussen 1996 en 2008. Werkte in 1996 nog maar 59% in 2008 was dat 68%.

Vrouwen
De stijging wordt voornamelijk veroorzaakt door de toegenomen NAP van vrouwen. In 1996 was nog maar 46% van de autochtone vrouwen werkzaam en dat was in 2008 opgelopen naar 61%
Nog harder is de NAP van de NW vrouwen toegenomen: van 31 naar 48 procent. In 2008 was daardoor het werkende percentage onder deze groep hoger dan die van de autochtone vrouwen in 1996!
De achterstand van NW vrouwen was in 1996 14,5% tov autochtone vrouwen. In 2008 was dat gedaald naar 13%.

Mannen
Bij de mannen is de NAP gestegen van 74,4% naar 77,8%, maar is de afgelopen 8 jaar vrijwel stabiel. Eigenlijk opmerkelijk want de leeftijdsgroep 55-65 is flink toegenomen, terwijl de totale beroepsbevolking de afgelopen 8 jaar maar met 2% is gestegen.

In 1996 was de NAP bij NW mannen 52% en in 2008 65%.
Was de achterstand tov autochtone mannen in 1996 22,5%, in 2008 was die gedaald naar 12,4%. Bijna gehalveerd!

Een andere kijk geeft deze tabel. De eerste kolom heeft als index=100 1996 en de tweede het jaar 2000. Duidelijk zichtbaar is dat de arbeidsparticipatie van NW vrouwen met meer dan de helft is toegenomen.
De vooruitgang van de NW-vrouwen is in lijn met de ontwikkeling van op steeds latere leeftijd kinderen krijgen, minder kinderen en een veel hoger opleidingsnivo.

Maar…
Het is duidelijk dat het in 2008 veel beter ging dan in 1996, maar dat er nog veel te doen is en dan vooral bij Marokkaanse mannen en vrouwen en bij Turkse vrouwen. Ondertussen hebben we natuurlijk te maken met een crisis en loopt de werkloosheid sterk op. De groep die procentueel de hardste klappen krijgen zijn nu juist de niet westerse allochtonen. Vandaag zijn daarover nieuwe cijfers gepubliceerd door het CBS.
In 2009 liep de NAP terug bij NW naar 54,7% en dat was 56,5 Bij autochtonen was de teruggang slecht 0,1%.
Allochtonen hebben 2x zoveel tijdelijke contracten als autochtonen, juist omdat veel allochtonen pas recentelijk zijn toegetreden tot de arbeidsmarkt. Ook hebben zij de lager betaalde banen en die zijn nu juist extra onder druk gekomen door de crisis. Met name bij NW mannen zijn de klappen hard aangekomen. Een terugval van 65,4 naar 62,5%. Bij NW-vrouwen is het een stuk minder: van 47,7% naar 46,9%. De supermarkten hebben nog wel werk.
Bij autochtone mannen liep de NAP terug van 77,8 naar 76,6% terwijl die bij autochtone vrouwen juist toenam van 60,5 naar 61,4%.

De allochtonen werken op deze manier als een soort stootkussen die de autochtonen beschermen tegen de schokken van de arbeidsmarkt.

Laatste cijfers CBS

Tabel cbs

Update:
Vier tabellen inclusief de cijfers van toegevoegd:

Bron CBS

One thought on “Niet Westerse Allochtone vrouwen (en mannen) werken steeds meer, maar…

Leave a Reply