Maken allochtonen Nederland slimmer?

-Uit de jongste cijfers van het CBS blijkt dat inmiddels een kwart van de studenten van het hoger onderwijs  allochtoon is.
-In verhouding tot de bevolkingsgroep zijn er een derde meer allochtone studenten dan autochtone.

Inhoud
1. Inleiding
2. Percentage allochtone t.o.v. autochtone studenten.
3. Gecorrigeerd naar leeftijd.
4. Tweede generatie
5. Conclusie
6. Bronnen

1. Inleiding
Dat is zijn geen misselijke cijfers en is behoorlijk in tegenspraak met in sommige kringen zeer populaire opvatting dat allochtonen maar domme, onderontwikkelde mensen zijn. In een paar paragrafen belicht ik het aantal studenten van verschillende kanten en dat geeft ook verschillende uitkomsten.

Het is een dubbele grafiek. De linkeras geeft de aantallen studenten (x 1000) zoals afgebeeld in de kolommen. Er waren in 1995/’96 een kleine 65 duizend allochtone studenten waarvan 40% (26.000) niet-westerse allochtonen (NWA). In 2010 was het aantal opgelopen naar 160 duizend, waarvan 55% (88 duizend) NWA. Bij die laatste is dat een stijging met 240% en dat in 14 jaar.

De allochtone bevolking is natuurlijk de afgelopen 15 jaar ook flink gestegen. Het percentage westerse allochtone studenten liep op van 9% naar 11%, zoals te zien in de rechteras en de blauwe lijn, van het totaal aantal NWA studenten van  6% naar 14%, de groen lijn. 25% van de studenten is nu dus allochtoon (rode lijn) en dat was 15%.

Hoe verhoud zich dat tot autochtone studenten?
Terug naar inhoudsopgave

2. Percentage allochtone t.o.v. autochtone studenten
In figuur 60_2 heb ik verder vergeleken tussen autochtonen en allochtonen. 1)

Van ieder jaar heb ik het percentage autochtone studenten t.o.v. de bevolking op 100% gezet en vervolgens vergeleken met allochtone herkomstgroepen. We zien dat Turken en Marokkanen net iets onder autochtonen zitten met hun percentage studenten nu. Net iets onder autochtonen nu, maar het percentage was 15 jaar maar liefst 60% lager. Meest spectaculair is het percentage Antilliaanse studenten dat 2x hoger is dan dat van autochtonen.  Ook de groep overige NWA zit met 60% meer zeer ruim boven de autochtonen.  Surinamers doen het goed met +40%

Grappig is dat in deze vergelijking er geen verschil is in 2009/2010 tussen WA en NWA, zowel westers als niet-westers  scoren 33% beter dan autochtonen. Allochtonen krikken het gemiddelde aardig op want autochtonen zouden 94% scoren als je zou vergelijken met het totaal aantal studenten.

Wat ook sterk opvalt is de vooruitgang van –met name- niet-westerse allochtonen: een kwart minder dan  autochtonen in 1995/1996, maar een derde meer in 2009/2010.

Ik had het hierbij kunnen laten met de toevoeging dat allochtonen bijna 21% van de bevolking uitmaken (NWA iets meer dan 11% en WA 9%), maar dat is toch een beetje te simpel.  Allereerst hebben wij de factor leeftijd. NWA zijn een stuk jonger dan autochtonen. Meer jongeren betekent natuurlijk een hoger percentage studenten. In de volgende berekeningen corrigeer ik naar leeftijd.
Terug naar inhoudsopgave

3. Gecorrigeerd naar leeftijd.

Nu ziet het plaatje er behoorlijk anders uit. Ik heb de bevolking van de verschillende bevolkingsgroepen genomen van 19 t/m 23 jaar, en daarvan dan het percentage studerende genomen (alle studenten, ongeacht de leeftijd). Met name NWA zijn jong: was ongecorrigeerd het percentage studerende NWA nog 33% hoger dan autochtonen (figuur 60_2), in de laatste grafiek is het 12% lager. Antilianen komen nu op hetzelfde percentage uit als autochtonen.  De verklaring is dat er veel Antilianen naar NL komen om te studeren.  Surinamers zitten toch nog bijna op het niveau van autochtonen.  Turken en Marokkanen blijven (nog) achter in de deze cijfers: in verhouding staat tegenover 3 autochtone studenten maar 2 T&M. Veertien jaar daarvoor was het echter 4:1, een enorme verbetering.

De correctie naar leeftijd is niet het enige belangrijke: er komen nogal wat buitenlandse studenten hier studeren. De afgelopen jaren  is hun aantal zeer sterk toegenomen. Uiteraard zijn dat allochtonen en zitten dan ook in deze cijfers. De bedoeling van deze studenten is in principe om na hun studie weer te vertrekken. Uiteraard zullen er ook een aantal hier blijven (ik ken geen cijfers).

Die groep tijdelijke studenten is niet uit de cijfers te halen. Vergelijking is wel mogelijk tussen autochtonen en de tweede generatie, die immers hier is geboren.  Tabel 60_4 laat dat zien.
Terug naar inhoudsopgave

4. Tweede generatie

De tabel is hetzelfde als 60_3, alleen heb ik nu tweede generatie allochtonen vergeleken. Allochtonen leveren nu, in verhouding tot  autochtonen, 10% minder studenten (donker rode lijn). Er zijn grote verschillen binnen de groep allochtonen:  tweede generatie westerse allochtonen leveren meer studenten dan hun autochtonen leeftijdsgenoten.  Dat geldt ook voor de groep overige niet-westers. Mogelijk komt dat doordat beide groepen meer hoger opgeleidde ouders hebben.

NWA komen totaal uit op 80%. Opvalt is dat Surinamers en Antilianen het beter doen dan de gemiddelde NWA.  Mogelijk dat de beheersing van de Nederlandse taal door hun ouders hun een voorsprong bezorgt. Turken en Marokkanen zitten met 2/3 van het aantal studenten duidelijk beneden het gemiddelde.  Het laag opgeleid zijn van de ouders en taalachterstand van de Turken en Marokkanen is vermoedelijk de reden voor het lager presteren.

T&M maken 70% uit van de groep NWA van 19 t/m 23 jaar. Dat aandeel zal langzamerhand gaan verminderen. Bovendien zullen er meer 2e generatie kinderen de studentenleeftijd bereiken die je kan aanmerken als 2½  generatie: een ouder geboren in het buitenland en een ouder in Nederland. Taalachterstand zal dan veel minder zijn of zelfs verdwijnen. De derde generatie niet-westers –tenminste één grootouder in een niet-westers land geboren- zijn officieel autochtoon, maar speelt nu bij NWA nog vrijwel geen rol: ze zijn nog te jong. Zij gaan echter in de toekomst wel een positieve rol spelen, maar dat zie je natuurlijk niet in de allochtone cijfers.
Terug naar inhoudsopgave

5. Conclusie
Allochtonen maken Nederland dus slimmer kan je zeggen, maar dat hangt ook af van percentage studenten/afgestudeerden die in ons land blijven.  Wat dat betreft ben ik niet optimistisch. De politiek van uitsluiting van de huidige regering en de vijandige houding van de autochtone bevolking t.o.v. allochtonen, zal vrees ik tot gevolg hebben dan met name hoogopgeleiden ons land zullen verlaten.  Uiteraard wordt ieder vertrek door deze regering, en een groot deel van de autochtonen bevolking,  aangemoedigd, maar of dat verstandig is zeer te betwijfelen. Maar liefst 25% van je studenten wordt als minderwaardig beschouwd. De toekomst zal denk ik vernietigend oordelen over deze tijd.

We kunnen echter nog terug van die foute weg en als dat gebeurt dan zullen toekomstige generatie ons dankbaar zijn.
Terug naar inhoudsopgave

6. Bronnen
Bevolking; generatie, geslacht, leeftijd en herkomstgroepering, 1 januari totaal bevolking autochtoon en 2e generatie.

Bevolking; generatie, geslacht, leeftijd en herkomstgroepering, 1 januari idem 19 t/m 23 jaar

Hoger onderwijs, ingeschrevenen naar herkomstgroepering. totaal aantal studerenden.
Terug naar inhoudsopgave

1) Formule: A = (studenten herkomstgroep/totaal studenten)/ (bevolking herkomstgroep/totaal bevolking). Percentage = (Herkomstgroep A/ Autochtonen A) *100

One thought on “Maken allochtonen Nederland slimmer?

  1. observator

    Wat wordt betoogd is niet meer dan dat relatief meer allochtonen hoger onderwijs volgen dan autochtonen.
    Groepen immigranten lijken bepaalde groepsgedragingen te hebben.
    Van Chinezen in het Verre Oosten werd beweerd dat die zich voornamelijk op handel richtten.
    Japanners in Californië waren met veel succes actief in landbouw.
    Joden waren in grote relatieve overmaat aanwezig in hoger onderwijs in O Europa, in de dertiger jaren.
    Immigranten moeten iets doen om zich aan de laagste sporten van de maatschappelijke ladder te ontworstelen.
    Of die relatief hoge deelname aan het hoger onderwijs Nederland slimmer maakt is de vraag, net als de vraag wat we nu eigenlijk bedoelen met ‘relatief slimmer’ maken.
    De paar aan universiteiten afgestudeerde allochtonen die ik heb meegemaakt maakten Nederland niet slimmer, is mijn indruk.
    Naar mijn gevoel belemmerde in deze gevallen het cultuurverschil dat het diploma echt iets waard was, niet dat alle autochtone gediplomeerde academici nu veel beter zijn.
    Joden gaan er prat op dat zij zoveel Nobelprijzen krijgen.
    Helaas is er ooit een Nobelprijs uitgereikt voor het ontdekken van een niet bestaande straling, en de Nobelprijzen voor vrede tonen m.i. glashard aan dat je grote vragen kunt stellen bij de waarde van die Nobelprijzen.
    Misschien tonen de Duitse waterstofbom en de VS atoombom, beiden werden tijdens de tweede wereldoorlog ontwikkeld, aan dat joden niet slimmer zijn.
    Het Manhattan project had 30.000 man in dienst, geleid door de jood Oppenheimer, de Duitse waterstofbom werd door enkele tientallen mensen gemaakt, de waarheid vereist te zeggen dat daaronder één jood of halfjood, herinner ik me niet goed meer, was.
    Rainer Karlsch, ‘Hitlers Bom, Hoe Nazi-Duitsland nucleaire wapens testte in een wanhopige poging om de oorlog te winnen, Tielt, 2005 (Hitlers Bombe, München)
    In het navolgende boek schrijft de baas van Von Braun dat Hitler tijdens diens bezoek aan Peenemünde zei dat die baas één van de twee mensen was bij wie hij, Hitler, zich moest verontschuldigen.
    Ik heb me lang afgevraagd wie dan de tweede was, tot ik het boek over de ontwikkeling van de Duitse waterstofbom toevallig in handen kreeg.
    In Peenemünde werkten ook al geen joden, nadat Churchill’s wetenschappelijke adviseur Lindemann de radartrajecten van de eerste Duitse raketten onder ogen kreeg zei Lindemann dat het niet waar kon zijn.
    Enige tijd later sloegen de eerste V2’s in op Londen.
    Walter Dornberger, Peenemünde, Die Geschichte der V-Waffen, Esslingen 1981, 2003

Leave a Reply