Revolutie in migratieland. Records worden gebroken. Niet-westers verliest zwaar terrein.

Volgens de nieuwste cijfers van het CBS zijn er in 2011 een recordaantal niet-Nederlandse immigranten naar ons land gekomen: 118.500. Dat zijn er ruim 8.000 meer dan in het jaar ervoor. Opvallend is dat het aantal studenten blijft stijgen: 17.500, ook een record, en dat zijn er 3x zoveel dan het aantal asielzoekers dat het CBS telt 1). Vermoedelijk kwamen er ook nog nooit zoveel arbeidsmigranten naar ons land als in 2011, maar het aantal asielzoekers bedroeg de afgelopen 5 jaar nog geen derde van de aantallen die rond de eeuwwisseling naar ons land kwamen. Polen staat nu al in de totaalranglijst sinds 1995 op de eerste plaats. Niet-westerse landen verliezen zwaar terrein: Marokko staat in de lijst van de afgelopen 5 jaar nog maar 18e. Zeer opvallend is de sterke opmars van de Bulgaren: 3e in de afgelopen jaren. Totaal immigreerden er  1.440.000 buitenlanders sinds 1995.
Dit is een kleine greep uit de vele feiten uit dit uitvoerige artikel over het aantal niet-Nederlandse immigranten.


Inhoud
Inleiding
1. Alle immigranten
2. Immigratiereden van alle buitenlanders
3. Trend migratie alle buitenlanders
4. EU
5. Derdelanden
6. Westers zonder EU
7. Niet-westers
8. Tabellen: totaal en groepen vergeleken
9. Landenranglijsten
Conclusies
Andere artikelen
Grafieken en tabellen overzicht


Inleiding
Deze week zal de begroting van het Ministerie van Justitie en veiligheid worden behandeld. Onderdeel daarvan is immigratie en asiel. Was er onder Rutte I nog een aparte minister en daarvoor een aparte staatssecretaris –sinds de begin jaren zeventig als ik mij niet vergis, nu doet staatssecretaris Teeven het er even bij.Mijn grootste kritiekpunt op het beleid is dat er alleen maar wordt gekeken naar de cijfers van de IND terwijl die niet over immigratie gaan, maar over hoe druk de IND het heeft (artikel). Zowel de bewindslieden, als de Kamerleden, als ook de pers doen echter alsof het wel immigratiecijfers zijn. Zodoende zijn de immigratiecijfers waarover men praat van derdelanders (iedereen van buiten de EU) tussen de 40% en 50% te hoog. Een ander kritiekpunt is dat emigratiecijfers niet bij het beleid worden betrokken. Men staart zich helemaal suf op de –foute- IND-cijfers, maar lijkt zich niet te beseffen dat er zelfs in sommige jaren er meer mensen geboren in het buitenland zijn die emigreren uit ons land dan dat er immigreren. Zelfs bij mensen afkomstig uit moslimlanden zie je in sommige jaren een negatief migratiesaldo (artikel).In dit artikel beperk ik mij geheel tot de immigratie van niet-Nederlanders -oftewel buitenlanders- en doe –net als de rest van Nederland- of emigratie van niet-autochtonen niet bestaat. Onderaan geef ik wel enkele links naar artikelen die de emigratie ook meeneemt. Ook onderaan een overzicht van vele gebruikte tabellen en figuren.

Terug naar inhoudsopgave

1. Alle immigranten
Er zijn veel manieren waarop je naar de immigratie kan kijken. De belangrijkste is misschien wel die naar nationaliteit. We hebben Nederlandse immigranten en niet-Nederlandse (buitenlanders). In het volgende figuur zien we het totaal aantal immigranten gesplitst in Nederlanders en buitenlanders. Vermoedelijk kwamen nog nooit kwamen er zoveel immigranten naar ons land in 2011 en nog nooit zoveel buitenlanders. Het aantal immigrerende Nederlanders was alleen in 1950 en 1975 hoger dan in 2011.Dat zijn voor Nederlandse begrippen behoorlijke aantallen. Van de Nederlandse immigranten is ongeveer tweederde autochtoon.
Terug naar inhoudsopgave


2. Immigratiereden van alle buitenlanders
De buitenlanders kunnen we in vele groepen onderscheiden. Ik heb gekozen voor het totaal, EU, derdelanden (alle landen zonder EU), overige westers (westerse landen zonder EU) en niet-westers.
In figuur 2 zien we die groepen buitenlanders naar de belangrijkste migratiereden. Het CBS krijgt veel gegevens van de IND. Aangezien sinds 2006 nog maar weinig EU-onderdanen zich laten registreren bij de IND zijn veel migratieredenen door het CBS van die groep geschat. Van de overige buitenlanders krijgt niet iedereen een verblijfsvergunning. Het aantal buitenlanders uit derdelanden (alle landen buiten de EU) dat een verblijfsvergunning krijgt heb ik voor de laatste jaren geschat op 47.000 (artikel) en dat is een paar duizend lager dan onderstaande cijfers van het CBS. Bovendien heeft het CBS de immigratie gegroepeerd naar geboorteland. Dat betekent bijvoorbeeld dat een immigrant die in India is geboren, maar immigreert met de Belgisch nationaliteit, onder India staat geboekt en derhalve in de cijfers hieronder als derdeland en niet-westers 2). Er waren de laatste jaren ongeveer 4.000 immigranten geboren in een derdeland die immigreerden met een EU-nationaliteit en dat waren er in 2001 ongeveer 2.500.

Ik heb in figuur 2 naast 2011 ook 2010 en 2001 gezet ter vergelijking. In 2011 zien we een kwart meer immigranten dan in 2001 en 8.000 meer dan in 2010. Als we die splitsen in EU en derdelanden dan blijkt dat in 2001 derdelanden nog 3,5 keer zoveel immigranten telde dan de EU, maar die laatste is verdrievoudigd van 21 naar 64 duizend en telt inmiddels meer immigranten ook omdat de immigratie uit derdelanden met een kwart is gedaald van 73 naar 55 duizend. Nu moet bedacht worden dat in 2004 tien Oost-Europese landen verschoven van derdelanden naar de EU en in 2007 nog eens twee landen (Roemenië en Bulgarije).
De overige westerse landen daalde met 8 duizend, maar daar speelt dus het Oost-Europa-effect een rol die voor een extra daling van ongeveer 4.500 heeft gezorgd.
De niet-westerse immigratie daalde met 20% van 51.000 naar 41.000.
We zien een sterke verschuivingen in de migratie van asiel naar arbeid en in mindere mate naar studie tussen 2001 en 2011: asiel -80% , Arbeid +140%, studie +125% en ook overig is bijna verdubbeld. Onder overig vallen bijvoorbeeld au pairs, mensen die hier komen rentenieren, voor langdurige medische behandeling enz. Gezinsmigratie is maar heel licht gestegen (4%). In de gezinsmigratiecijfers van het CBS zitten ook de familieleden van de asielzoekers (nareis genoemd). 3)

Terug naar inhoudsopgave


3. Trend migratie alle buitenlanders
De trend vanaf 1995 in figuur 3. De rode streepjeslijn is het totaal en de schaal staat aan de rechterkant. De ononderbroken lijnen gaan over de verschillende immigratieredenen en die schaal staat aan de linkerkant.

We zien het totaal stijgen van 67.000 in 1995 naar 118.000 in 2011. Arbeidsmigratie steeg van 10.000 in 1995 naar 47.000 nu en haalde in 2007 gezinsmigratie in als belangrijkste immigratiereden. We zien de scherpe daling van de asielmigratie waarvan de nieuwe vreemdelingenwet, ingevoerd in 2001, de voornaamste oorzaak is (artikel). De gezinsmigratie is het hoogste sinds het begin van de telling in 1995. Ik sluit niet uit dat het aantal gezinsmigranten in 2011 misschien alleen wordt overtroffen door die van 1979 en 1980, maar het kan ook een all time high zijn.
Opvallend is ook de constante stijging van het aantal studenten. Ook het aantal immigranten naar overige reden vertoont een stijgende lijn.

Terug naar inhoudsopgave


4. EU
We hadden al gezien dat de EU een forse stijging veroorzaakte van de immigratie. Figuur 4 maakt dat nog duidelijker. Ik had al gezegd dat het grootste deel van de cijfers door het CBS zijn geschat omdat de meeste EU-onderdanen niet de bureaucratische registratie bij de IND volgen. Alhoewel officieel wel verplicht heeft het geen consequenties.

De stijging is zeer groot. Van 17.000 in 2004 naar bijna 64.000 immigranten in 2011. Dit is echter de officiële immigratie; in werkelijkheid kwamen er veel meer mensen uit Oost-Europa naar ons land. De stijging komt voor tweederde door de toename van het aantal arbeidsmigranten die steeg van 8.500 naar 38.200. De gezinsmigratie is ook gestegen, van 4.100 naar 15.100, maar misschien wat minder dan misschien verwacht als je het zou vergelijken met de gezinsmigratie uit bijvoorbeeld niet-westerse landen in de vorige eeuw.
Het aantal studenten uit de EU was in 2011 5.400 en dat waren er in 1995 nog 700.
In een uitgebreider komend artikel ga ik dieper in op de migratie uit de EU-landen en met name op die uit Oost-Europa.

Terug naar inhoudsopgave


5. Derdelanden
Alle landen die niet tot de EU horen worden derdelanden (niet te verwarren met derde wereldlanden) genoemd. Immigranten uit deze landen moeten een verblijfsvergunning hebben. 4)
Bij de derdelanden moet dus bedacht worden dat vanaf 2005 10 Oost- en Zuid-Europese landen in de EU-cijfers zitten en 2 (Bulgarije en Roemenië) vanaf 2007.
In 2001 was er een piek van 73.000 immigranten en tien jaar later was dat met 25% gedaald naar 55.000 en dat cijfer van 2011 was het hoogste sinds 2003.

Gezinsmigratie is de belangrijkste migratiereden. De belangrijkste redenen van de daling zijn de strengere regelgeving voor gezinsmigratie en de daling van het aantal asielzoekers (-78% 2001-2011). Een andere reden kan zijn dat bij bijvoorbeeld Turken en Marokkanen in Nederland er steeds minder mensen in de huwbare leeftijd zijn die in het buitenland een (belangrijk) deel van hun jeugd hebben doorgebracht. Voor potentiële partners in het land van herkomst zijn allochtonen hier misschien veel te Nederlands en anderzijds vinden allochtonen hier misschien de ander te conservatief.
De constante stijging van het aantal studenten uit derdelanden is opvallend: bijna een vertienvoudiging tussen 1995 en 2011: van 1.300 naar 12.100.
Ook de arbeidsmigratie is toegenomen: 3.500 in 1995 naar 9.100 nu. In de toegenomen overige migratie zien we een opmerkelijk piekje in 2004. Ik vermoed dat het een generaal pardonnetje is geweest van Verdonk.De derdelanden kunnen we splitsen in westers en niet westers:

Terug naar inhoudsopgave


6. Westers zonder EU
-rest Europa, VS, Canada, Oceanië, Japan en Indonesië-
Woeste bewegingen: veel asielzoekers tot voor 10 jaren (denk aan voormalig Joegoslavië) en nu halen die nauwelijks nog de duizend per jaar. De piek in 2004 komt duidelijk doordat in mei van dat jaar Oost-Europa lid werd van de EU en de daling van de immigranten het jaar erna omdat zij werden overgeheveld naar de EU. Door die breuk in de data moeten we voorzichtig zijn met de conclusies.

Belangrijke oorzaak van de piek in de asielmigratie 1995 en rond 2000 was de situatie in voormalig Joegoslavië.

Terug naar inhoudsopgave


7. Niet-westers
Latijns-Amerika, Afrika, Azië inclusief Turkije maar zonder Japan en Indonesië
Hier komt de grootste daling van het aantal asielzoekers vandaan. Een daling die structureel is (artikel).

Het is niet zo zeer dat het volume van de migratie nu zo is gedaald, maar wel heel sterk de aard: asielzoekers zijn vervangen door studenten en arbeidsmigranten (kenniswerkers).Veel meer over de immigratie van niet-westersen onderaan bij de links naar andere artikelen.

Terug naar inhoudsopgave


8. Tabellen: totaal en groepen vergeleken
Tabel 1 laat de totalen zien onderverdeeld naar de verschillende migratieredenen. Totaal was de immigratie van buitenlanders van 1995 t/m 2011 maar liefst 1.440.000. Daarvan waren er 396.000 met als immigratiereden arbeid, 215.000 met asiel, 558.000 met gezin, 163.000 voor studie en 108.000 voor overige redenen. Dat zijn flinke aantallen. In het derde blokje zien we dat het aandeel arbeid in de totale immigratie 28% is, asiel 15% en gezinsmigratie 39%.

In het totaal nam de EU een derde van de immigratie voor zijn rekening zoals te zien is in het tweede blokje en niet-westers met 47% bijna de helft. De immigratiereden was natuurlijk niet voor alle landen gelijk: Zo kwam uit de EU 55% van de arbeidsmigranten en uit de niet-westerse landen slechts 9%.


8.2 Tabel 2 splitst de totale periode in 1995 t/m 2001 en 2002 t/m 2011 en geeft de gemiddelden per jaar. In de loop van 2001 werd de nieuwe vreemdelingenwet ingevoerd die van grote invloed is gebleken op de aard en totalen van de immigratie, vandaar dat ik daar de split maak.
Het eerste blok geeft het totaal en daarin zien we dat er in 1995-2001 gemiddeld per jaar 80.900 immigranten waren en in de laatste periode 87.300; een stijging van 6.400 (8%). Uit het tweede blokje blijkt dat de EU-immigratie met 17.600 bijna is verdubbeld (91%) en uit het derde dat die uit derde landen is gedaald met 18%.

Nog belangrijker is de verschuiving in de immigratieredenen: in de 1ste periode was arbeid een vijfde van het totaal, zoals we kunnen zien in het eerste blokje bij aandeel, en dat was opgelopen naar een derde in de 2e. Asiel gedaald van 26% naar 8%. Gezin daalde met een zesde,43% naar 36%, maar het aandeel studie verdubbelde naar 14% en ook overig steeg met 3 procentpunten.
De diverse andere landengroepen laten ook veel interessante cijfers zien. De migratie uit derde landen is met 18% gedaald, maar daar speelt, zoals al gezegd, natuurlijk ook mee dat Oost-Europese landen naar de EU zijn verhuisd. Asiel is met 79% gedaald. Studie is bij de overige westerse landen met 70% gestegen en bij de niet-westerse is die zelfs 2,5 groter in de 2de dan in de 1ste periode.


8.3 Een andere mooie manier van vergelijken is de laatste 5 jaar te vergelijken met de 5 jaar 10 jaar daarvoor. Tabel 3 laat dat zien. De afgelopen 5 jaar, 2007 t/m 2011, hebben een stijging gezien van maar liefst 22% van het aantal buitenlandse immigranten t.o.v. de periode 10 jaar daarvoor 1997 t/m 2001: 84.500 naar 103.300 gemiddeld per jaar. Die stijging met 18.800 komt door een toename van +23.100 arbeid, + 8.100 studie en ook overig steeg met 3.900. Asiel daalde met 14.600 en maakte in de 2de nog maar 6% uit van het totaal aantal immigranten en dat was in de 97-01 nog 25%.

Alhoewel het aandeel arbeid is gestegen naar 59% is het aandeel gezinsmigratie met 7 punten gedaald naar 24%. Dat is opmerkelijk: je zou verwachten dat bij de verdrievoudiging van het aantal arbeidsmigranten dat er toch wat meer gezinsmigranten zouden zijn gekomen dan minder dan een verdubbeling. Ik ga daar in een apart artikel over de EU nader op in.
Ook uit de derdelanden zie je een stijging van het aantal arbeidsmigranten met 38%, maar het totaal aantal immigranten daalde met 20%. Asiel daalde met 14.600 per jaar en gezin met 7.800. Een conclusie zou dan kunnen zijn dat die laatste daling komt door minder asiel en niet door de maatregelen van Verdonk. Ik kom daar nog op terug. Asielmigratie heeft nog maar een aandeel van 6% in de immigratie en dat was een kwart.
Bij overig westers zien we een daling van het aantal arbeidsmigranten. Vermoedelijk komt dat door de overheveling van Oost-Europa naar de EU.
Tenslotte niet-westers. Ondanks dat we een tijdelijke toename hebben gehad in de laatste periode van Somalische en Irakese asielzoekers is er toch sprake van een daling van 11.100, tweederde, van het aantal asielzoekers. Asiel maakt nu nog maar 15% van de immigratie. Het aantal gezinsmigranten is met 4.800, 23%, gedaald. Studie steeg fors met 4.100 naar 7.000 en hun aandeel is met 18% zelfs groter dan dat van asiel.


8.4
Tabel 4 geeft van de periodes 1997 t/m 2001 en 2007 t/m 2011, het aantal immigranten van de groepen (die we ook al zagen in de vorige tabel) en in het onderste deel hun aandeel.

De EU-landen maakte een kwart (24%) uit van de totale immigratie en dat is de laatste 5 jaar gestegen naar de helft (51%). Het aandeel niet-westers is gedaald van 54% naar 37%. Bijna 4 op de 5 arbeidsmigranten komt uit de EU en bijna de helft van de studenten uit niet-westerse landen. Asielmigranten komen in overgrote meerderheid uit niet-westerse landen. Het aandeel gezinsmigranten is weliswaar gedaald bij niet-westers, maar is nog altijd de helft van het totaal. Hierbij speelt vermoedelijk een duidelijke rol de al eerder genoemde opleving van de asielmigratie rond 2009.

Terug naar inhoudsopgave


9. Landenranglijsten
Uit welke geboortelanden komen de meeste buitenlanders? Zoals al gezegd gaan de cijfers over buitenlanders en hun geboorteland. Het zou dus kunnen zijn dat iemand immigreert met de Duitse nationaliteit maar geboren is in Polen. In de cijfers staat die dan geboekt onder zijn geboorteland Polen en ik noem diegene hieronder dan ook een Pool voor het gemak. Westerse landen hebben in de tabel een blauwe achtergrond en niet-westerse een groene.Onderverdeeld naar de top 30 van immigratielanden, zie ook tabel 1, zien we dat de Polen –nu al- met 106.500 immigranten bovenaan staan. ‘Nu al’ want pas sinds 2007 kunnen Polen zich zonder verblijfsvergunning vestigen in ons land.

Niet verwonderlijk dan dat de Polen ook nummer 1 staan bij de arbeidsmigranten. Duitsland staat (nu nog niet ver) daarachter tweede. Opmerkelijk is dat Duitsland goed scoort in alle groepen, behalve natuurlijk bij asiel, daar vinden we niemand. Na China komen uit Duitsland de meeste studenten. Pas op de derde plaats in het totaal komt het eerste niet-westerse land Turkije. Het mag geen verbazing wekken dat Turken nummer 1 staan bij de gezinsmigratie. In tegenstelling tot een wijdverbreid volksgeloof staan de Marokkanen niet met stip op nummer 1 bij de totale immigratie maar pas op nummer 6. Wel staan ze op nummer 2 bij de gezinsmigratie. De grote aantallen migranten uit Marokko (en ook Turkije) zijn voor 1995 hier gekomen. Voor de Marokkanen staan zelfs nog de mensen geboren in het Verenigd Koninkrijk. Misschien bent u daarover verbaasd, maar iemand die in Amsterdam woont vindt dat helemaal niet raar.
Uit Somalië kwamen de afgelopen 17 jaar 31.400 mensen waarvan 2/3 asiel en 1/3 gezin. Geen reguliere gezinsmigranten dus maar nareis.


9.2 Aansluitend op tabel 2 is het interessant ook de landen te vergelijken met wat er tien jaar geleden en nu gebeurde. Allereerst vergelijk ik 1997 t/m 2001 met 2007 t/m 2011. In tabel 6 zien we gesorteerd het aantal immigranten per land gemiddeld per jaar van 1997 t/m 2001. In het tweede deel van de tabel zien we wat dezelfde landen deden 10 jaar later.

Turkije, Irak en Marokko staan op plaats 1, 2 en 3 in de 1ste periode, maar als we kijken naar de allerlaatste kolom dan zie we dat ze 10 jaar later slechts de posities 7, 12 en 18 bekleden (zie ook tabel 9). Suriname staat op 10, maar de immigratie is sterk teruggelopen. De oorzaak is een terugloop van de gezinsmigratie van 2.000 naar 800 en dat heeft niets met asiel te maken. Dat zou erop kunne duiden dat maatregelen ter beperking van de gezinsmigratie succes hebben gehad. Op 11 staat China, maar 10 jaar later is hun immigratie verdubbeld en staan ze op 4.
India staat op plaats 24 in de 1ste, maar nu staat India op 8. Dat komt voornamelijk door de stijging van de arbeids-, van 300 naar 1.700, en gezinsmigratie, van 300 naar 1.100. Die hoogopgeleide arbeidsmigranten zorgen voor meer gezinsmigranten. 800 is 4% van het totaal aantal gezinsmigranten. Tegelijkertijd maakt de politiek zich druk dat de gezinsmigratie stijgt, terwijl diezelfde politiek de immigratie van hoogopleiden sterk stimuleert. Dan krijg je gezinsmigratie er gratis bij.
In tabel 7 ziet u ook nog het aandeel van de migratieredenen t.o.v. de totale immigratie. Ik bespreek die tabel niet.

9.3 Tabel 8 geeft het verschil in aantal en percentages tussen de twee periodes.

De drie toplanden van 1997-2001 verliezen flink. Het minst nog Turkije met ‘maar’ 1.900 per jaar, -36%. Dat komt voornamelijk doordat meer Turken immigreren met als reden studie en werk. Bij Marokko is dat niet het geval, vandaar een daling van bijna 2/3. Blijkbaar heeft het aan de macht zijn van de moslimpartij AKP van Erdoğan sinds 2002 niet geleid tot een toename van het aantal vluchtelingen. Integendeel: het aantal asielzoekers uit Turkije is met 4/5 gedaald.
Wat opvalt is de toename van Duitsland: geheel te wijten aan de stijging van het aantal studenten.
Van alle asiellanden is alleen van Somalië de asielmigratie gestegen, dat in tegenstelling tot wat sommige beweren (artikel). Uit China is het aantal immigranten verdubbeld en dat komt door een verzesvoudiging van de arbeidsmigratie en een stijging van het aantal studenten met 265%.
Uit Indonesië komen maar weinig immigranten en dat is niet echt wat je zou verwachten van zo’n grote ex-kolonie. Niet dat ze naar andere landen gaan –Nederland trekt een derde van de Indonesische EU-migratie- maar er migreren er blijkbaar niet veel. Van de 1.200 immigranten per jaar de afgelopen 5 jaar is de helft student.

9.4
Tenslotte tabel 9 die de ranglijst geeft 2007-2011 en in de tweede helft het aandeel in de totale migratie. De Polen staan natuurlijk duidelijk bovenaan in de immigratieranglijst van het gemiddelde van de afgelopen 5 jaar. Van alle niet-Nederlandse immigranten maakten de Polen 14% uit en van alle arbeidsmigranten zelfs een kwart. Polen kwam van de 15e plaats in 1997-2001. Duitsland is opgerukt naar plaats 2, maar ruim achter Polen. Uit Duitsland komt 8% van de arbeiders en 14% van de studenten. Hun aantal studenten is net zo hoog als die uit China, dat een flinke stijging heeft gemaakt naar plaats 4.

De grootste verrassing voor mij in deze ranglijst is de opmars van de Bulgaren: van 56 naar 3. Bulgaren –net als Roemenen- zijn sinds 2007 lid van de EU, maar om hier te mogen werken is tot 2014 wel een tewerkstellingsvergunning nodig. Nu krijgen ze allemaal tijdelijke vergunningen voor maximaal een jaar.
De leiders van 10 jaar hiervoor, Turkije, Irak en Marokko zijn ver weggezakt naar de plaatsen 7, 12 en 18. Samen komen uit die landen net zoveel immigranten als alleen al uit Duitsland. Uit Turkije en Marokko kwamen gemiddeld per jaar 3.600 gezinsmigranten. Dat waren er 10 jaar daarvoor nog 8.600 en bijvoorbeeld in 1980 nog 24.000.

Hoe ziet de toekomst eruit? Een groep is heel moeilijk te voorspellen en dat zijn asielzoekers. We leven echter niet meer in de vorige eeuw en de toelating is sterk verscherpt, hetgeen blijkt uit het geringe aandeel in de immigratie (6%). In het algemeen zal de immigratie zal echter flink dalen en dat is slecht nieuws want dat betekent dat het slecht gaat met de economie. De hoge emigratie blijft eerst nog even op peil totdat het effect van de lagere immigratie zich doet voelen. We gaan in iedere geval een periode tegemoet van lagere migratiesaldo’s en het is niet onwaarschijnlijk dat er meer mensen zullen vertrekken van allochtone herkomst dan dat er komen.

Terug naar inhoudsopgave

Conclusies
De verandering in migratieland is enorm; je kan spreken van een revolutie. Een grote verschuiving in waar de immigranten vandaan komen en de van immigratie. Het zijn de (nieuwe) EU-landen die nu domineren en de traditionele (niet-westerse) landen zijn fors gedaald op de ranglijsten. De afgelopen vijf jaar kwamen er gemiddeld iets meer dan 100.000 buitenlanders naar ons land. En dat zijn er een vijfde meer dan tien jaar daarvoor. Arbeids- en studiemigratie steeg zeer fors en tegelijkertijd daalde het aantal asielzoekers sterk. Het aantal EU-immigranten steeg met meer dan 150% en dat terwijl het aantal niet-westers daalde met een vijfde. Die daling komt geheel door asiel, -66%, en dat terwijl het aantal arbeidsmigranten (kenniswerkers) uit niet-westerse landen steeg met meer dan 100% en dat heeft ook weer het effect dat het aantal gezinsmigranten ‘slechts’ met 23% daalde. Het zijn de Polen die nu met stip bovenaan staan en hun immigratie was de afgelopen jaren zo groot dat zij zelfs de leiding hebben genomen in het klassement vanaf 1995.
Een belangrijk kritiekpunt van mij blijft dat de emigratie niet bij het beleid wordt betrokken. Vermoedelijk zal bijvoorbeeld dit jaar het aantal uit Nederland vertrekkende mensen geboren in Turkije die van de immigrerende overtreffen. Daar hoor je politici (en pers) echter nooit over. Per jaar valt ongeveer een meter regen. Iemand die dan roept dat we over 10 jaar allemaal verdronken zijn omdat er dan 10 meter water staat, wordt voor gek versleten. Toch doen we dat bij de migratie precies hetzelfde. Van de niet-westerse immigranten zal 2/3 weer vertrekken na een gemiddeld verblijf van 6 jaar in ons land. En nee, dat zijn echt niet allemaal de kansrijke die vertrekken. Uit het karige onderzoek dat er naar gedaan is blijkt nu juist het tegendeel.
We hebben in Nederland een beleid om hoogopgeleiden uit het buitenland aan te trekken. Als dat echter tot meer gezinsmigratie leidt dan roept de politiek dat er meer maatregelen moeten worden genomen om de gezinsmigratie te beperken (wat ook dit nieuwe kabinet doet). De leugen regeert in Nederland en Kafka is de premier. Het debat deze week zal voorspelbaar zijn. De PVV zal het hebben over het record van ‘163.000 nieuwelingen die in ons land zijn toegelaten in 2011’, de CU zal het zieligheid benadrukken en de PvdA het ‘succes’ van de kinderen. Teeven zal benadrukken dat het strafbaar stellen van illegaliteit heel belangrijk is. Iedereen weet echter dat het symbool politiek is: we zullen er geen illegaal minder om hebben; je kan net zo goed strafbaar maken meer dan een meter regenval. Ik verwacht dus weinig van het debat of gaan de ambtenaren van de IND ons verassen en horen we Teeven eens iets nieuws verkondigen?
Terug naar inhoudsopgave
 

Bron van vrijwel alle cijfers: CBS: Immigratie   van niet-Nederlanders; migratiemotief, geboorteland, leeftijd
Excel-file met alle berekeningen kunt u hier downloaden.

Meer artikelen
Hoe zit ‘t nu echt met de immigratie. Overzicht van de verschillende manieren om naar de immigrtaie, emigratie en migratiesaldo te kijken.
Waarom immigreren buitenlanders? Migratieredenen niet-westers nader onderzocht
De 1ste generatie niet-westers onder de loep. DEEL II: De migratie Migratie niet-westers
De migratie uit niet-westerse landen ontleed. Een van mijn best gelezen artikelen.
De ‘Massa-immigratie’ uit Moslimlanden. UpdateDe immigratie én emigratie van allochtonen afkomstig uit moslimlanden.
Terug naar inhoudsopgave

Grafieken en tabellen overzicht

H1 ,Figuur 1: Totaal plaatje immigratie van buitenlanders en Nederlanders.
H2, Figuur 2: Immigratiereden buitenlanders naar geboortelandgroepen.
H3, Figuur 3: Trend alle landen vanaf 1995
H4, Figuur 4: idem voor EU
H5, Figuur 5: idem voor derdelanden
H6, Figuur 6: idem voor westerse landen zonder EU
H7, Figuur 7: idem voor niet-westerse landen.
H8, Tabel 1: Totaal telling groepen 1995 t/m 2011
H8.2, Tabel 2: Groepen vergeleken 1997 t/m 2001, 2007 t/m 2011
H8.3, Tabel 3: idem met vergelijking 1997 t/m 2001 met 2007 t/m 2011
H8.4 Tabel 4:idem voor groepen met percentages van hun aandeel.
H9, Tabel 5: Ranglijst landen met meeste immigranten totaal en per migratiereden 1995 t/m 2011.
H9.2 Tabel 6: Ranglijst landen met meeste immigranten 1997 t/m 2001 vergeleken met 2007 t/m 2011
Tabel 7: Idem met aandeel migratiereden van het totaal van het land.
H9.3 Tabel 8: Verschil tussen de twee periodes van tabel 5.
H9.4 Tabel 9: Ranglijst landen 2007 t/m 2011 met aandeel in totale immigratie

Terug naar inhoudsopgave
1) Het CBS telt pas een immigrant als die ingeschreven staat bij het GBA (bevolkingsregister). Asielzoekers worden ingeschreven als zij een verblijfsvergunning krijgen of als zij langer dan een half jaar legaal in ons land zijn (maar dat inschrijven gebeurt vaak pas veel later). Juist bij asielzoekers zijn er veel afwijzingen. Bij veel asielzoekers ontstaan er achterstanden en volgen er meer inschrijvingen zonder dat een verblijfsvergunning wordt afgegeven. In de zomer van 2010 zijn er nieuwe procedures ingevoerd bij de IND waardoor de werkvoorraad is gehalveerd. Daarnaast zijn er minder asielzoekers gekomen. Mogelijk er daardoor in 2011 veel minder asielzoekers zijn ingeschreven die uiteindelijk toch geen verblijfsvergunning hebben gekregen (zullen krijgen).
2) Westerse landen: Europa exclusief Turkije plus de VS, Canada, Japan, Indonesië en de landen in Oceanië.
Niet-westers geboorteland: alle landen in Afrika, Latijns-Amerika en Azië inclusief Turkije, maar exclusief Japan en Indonesië.
3) Het CBS telt de nareis (later hierheen komende gezinsleden van immigranten) bij gezinsmigratie en de IND bij asiel. Het is mij echter niet helemaal duidelijk of het CBS dat al altijd (geheel) heeft gedaan. Mogelijk is dat pas (geheel) het geval sinds 2004. In dat geval is de daling van asielzoekers wat minder, maar is die van gezinsmigratie meer. Zie ook onder 1).
4) Dat is niet helemaal juist. Mensen met de Noorse, IJslandse, Zwitserse en Liechtensteinse nationaliteit hebben vrijwel dezelfde rechten als EU-onderdanen. Zij mogen zich dus ook hier vrij vestigen net als EU-onderdanen en hebben geen verblijfsvergunning nodig. Omgekeerd is dat dus ook zo. Immigratie met geboorteland uit de genoemde 4 landen is echter zeer gering.

Leave a Reply