Valse cijfers over % verblijfsvergunningen voor asielzoekers

De IND –Immigratie en Naturalisatiedienst- kwam vorige maand bij de presentatie van het jaarverslag met cijfers over 2013. Nederland geeft een veel hoger percentage asielzoekers een verblijfsvergunning dan de rest van de EU, was de boodschap. Massa-misleiding zoals uit deze fact check zal blijken.

Update 18/05/2014: er is een belangrijke update van dit artikel. Zie onderaan.
Update 23 mei 2016 Belangrijke update onderaan.

Alle media berichten erover zoals hier De Telegraaf en hier nu.nl. De Telegraaf schrijft onder de kop Nederland zeer gul met asiel:

Nederland geeft opnieuw veel meer asielzoekers een verblijfsvergunning dan de rest van Europa doet. Dat aantal is bovendien, vanwege allerlei regels van datzelfde Europa, niet omlaag te brengen, bezweren de verantwoordelijken.’

‘Nederland liep in 2012 al uit de pas. Toen kreeg 40 procent van de asielzoekers hier een verblijfsvergunning, terwijl dat in de rest van de EU maar 27 procent was. In 2013 heeft Nederland maar liefst 58 procent van de asielaanvragen ingewilligd. Volgens IND-directeur Van Lint zijn de Europese cijfers over 2013 nog niet precies bekend, maar volgens hem is daar slechts een lichte stijging te zien. Nederland loopt kortom nog meer uit de pas.’

Dat is nogal een verschil, maar hier valt veel op af te dingen.

Asielzoekers naar Europa
Als je zo de cijfers gebruikt dan ga je er vanuit dat asielzoekers zich keurig verspreiden over de EU. Dus als er 28.000 Syriërs asiel aanvragen in de EU dan doen dat er 1.000 per EU land of, nog beter, keurig naar ratio van de bevolking van het EU-land: Duitsland heeft 5x zoveel inwoners als Nederland dus krijgt dan 5x zoveel Syriërs enz. En dat gaat dan zo met alle 143 landen waarvandaan asielzoekers komen (en dan tel ik de EU-landen nog geeneens mee). Dan zou je zo’n simpele methode kunnen gebruiken zoals de IND dat doet, maar dan moet iedereen ook op dezelfde manier administreren en ik betwijfel ten zeerste of dat wel het geval is.

Het is echter ook volkomen logisch dat niet iedere asielzoeker evenveel kans maakt op een verblijfsvergunning. Het percentage toekenningen van Syriërs ligt hoger dan dat van bijvoorbeeld Serviërs. Dus als je als EU-land in vergelijking met andere landen meer Syriërs krijgt en minder Serviërs, dan is het logisch dat je een hoger percentage toekenningen hebt.

Asiel naar Noordwest Europa
Ik vergelijk in dit stuk een aantal Noordwest Europese landen met elkaar: België, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Nederland, Zweden, het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen en Zwitserland.
De eerste zeven zijn EU-landen die goed zijn voor het grootste deel van het totaal aantal verlenen van asielvergunningen in de EU. Noorwegen en Zwitserland zijn geen lid van de EU, maar doen wel mee met de EU-regels voor asiel en zijn bovendien lid van het Verdrag van Schengen.

Totaal vroegen er gemiddeld ongeveer 210.000 mensen *) asiel aan in die 9 landen de afgelopen 3 jaar zoals blijkt uit tabel 1 hieronder. Daarvan kregen er een kleine 90.000 een verblijfsvergunning. Dat is iets meer dan 40% van het aantal asielzoekers. Mijn percentage is daarmee belangrijk hoger dan het percentage waar de IND mee komt. *)

143 asiellanden
Uiteraard komen uit de 143 asiellanden niet evenveel mensen. In tabel 1 de top 10 herkomstlanden van asielzoekers gemiddeld over de afgelopen drie jaar. Uit Afghanistan kwamen de meeste en bijna net zoveel kwamen er uit Syrië.  Een groot verschil zie je echter bij de toekenningen: tweederde van de Afghanen  en iets meer dan 100% (dat lijkt niet te kunnen, toelichting desgevraagd bij commentaar) van de Syriërs  krijgen een verblijfsvergunning.

t1

In totaal komen uit de top 10 iets meer dan de helft van alle aanvragen en zeven op de tien positieve beslissingen.
Er zijn 6 landen in de top 10 waarvan meer dan 50% van de asielzoekers een verblijfsvergunning krijgt.  Van de asielzoekers uit vier landen, Rusland, Servië, Pakistan en Kosovo, krijgen er minder dan 50% een vergunning. Van de Serviërs zelfs slechts 5%.

De zes 50+ leveren met 55.000 meer dan 60% van het totaal aantal positieve beslissingen. Gemiddeld wordt 77% toegekend. Bij de -50% wordt maar 19% toegekend. Volstrekt duidelijk dus dat het zeer belangrijk is waar asielzoekers vandaan komen.

Verdeling over de verschillende Noordwest Europese landen
Figuur 1 hieronder laat de verdeling van de 3 groepen asielzoekers tussen de verschillende Noordwest Europese landen zien.

f1

Totaal hebben we al gezien in tabel 1:  34% komt van de top 6 met meer dan 50% toekenning, 18% van de top 4 met minder dan 50% toekenning en bijna de helft komt van de overige landen.
De verdeling over de verschillende landen is echter enorm verschillend.
In Nederland en Noorwegen bestaat 59% van de aanvragen uit de top 6. Frankrijk staat helemaal onderaan met slechts 6%. België zit ook ver beneden Nederland en het gemiddelde van de negen landen.

Als er zulke enorme verschillen zijn dan wordt is het onmogelijk om landen te vergelijken. Zelfs binnen de herkomstlanden van asielzoekers zijn er grote verschillen. Om als Somaliër  voor asiel in aanmerking te komen bijvoorbeeld hangt het er ook nog vanaf uit welke streek van Somalië je afkomstig bent. Het zou dus ook kunnen dat het ene EU-land meer mensen krijgt uit een moeilijke streek en een ander land juist meer uit een ‘lichter’ gebied.

Ik heb drie maanden geleden nog een artikel geschreven over kinderen die hoogstwaarschijnlijk alsnog een verblijfsvergunning hebben gekregen (heeft niets te maken met het kinderpardon). Ik kwam op een aantal van 2.000 in 2013. Dat betekent 2000 aanvragen en 2000 toekenningen. Zulk soort zaken kunnen de cijfers sterk beïnvloeden.

Verbeterde vergelijking.
Aanvankelijk was ik van plan om naast de vergelijking die ik in figuur 1 had gemaakt ook een vergelijking te maken op het niveau van de asiellanden: wat is het verschil in toekenningspercentage van bijvoorbeeld Somaliërs  tussen de verschillende Noordwest Europese landen? Dat verschil in percentage is uit te drukken in een aantal en zo is een totaal te berekenen. Dat zou elimineren de verschillen die je figuur 1 ziet. Ik heb daar echter vanaf gezien omdat er –vermoedelijk- belangrijke verschillen bestaan tussen de verschillende landen over hoe ze hun administratie voeren. Ik heb het echter wel berekend om te zien hoe het zou uitpakken en het resultaat is –zoals te verwachten- dat de verschillen tussen de landen sterk worden verminderen.

Als je dus  de landen op die manier zou willen vergelijken dan zou je eerst eens een zeer intensieve studie moeten maken over de manier van administreren. Misschien is het dan wel mogelijk.

Waarom verschilt de herkomst van de asielzoekers per land zo sterk?
Soms zijn patronen wel duidelijk zoals bij vroegere koloniën. Wat ook duidelijk is dat als er al een groep mensen uit een bepaald land ergens is dat dan ander mensen uit dat land ook daarheen kunnen gaan. Als je dan toch de keuze hebt dan ga je naar het land dat de meeste kans op werk biedt.

België
Het percentage asielzoekers is in België veel lager dan in Nederland. Dus wie een streng asielbeleid wil moet dus het Belgische beleid uitvoeren. Toch? Niet dus. Voor de Belgische staatssecretaris  die een streng asielbeleid wil is nu juist Nederland het voorbeeld, zoals blijkt uit dit onderzoek van de VRT. België trekt  (trok) nu juist veel asielzoekers die weinig kans maken. Dat blijkt ook duidelijk uit het bovenstaande  figuur 1. Dat maakt het toekenningspercentage laag. België echter heeft tegenwoordig een veel hoger toekenningspercentage. Zijn het watjes geworden zoals het Vlaams Belang beweert?

“Er is niets vreemd aan de cijfers”, zegt Els Cleemput, woordvoerster van de staatssecretaris, “het doel van het beleid van Maggie De Block is een hoog percentage goedgekeurde dossiers, maar een afradingseffect zodat er minder onterechte aanvragen binnenkomen. De mensen die asiel nodig hebben, moeten het ook krijgen. Dat is de speerpunt van haar beleid.”

Sinds België het beleid strenger hebben gemaakt is dus het toekenningspercentage gestegen.

De pers
Naast het al in de inleiding gelinkte artikel van de Telegraaf schreef ook hun columnist Paul Jansen artikelen over de ‘asielzoekersindustrie’ en mocht hij opdraven bij P&W (6:50 min). Ook daar noemde hij ‘het bewijs’ dat Nederland soepel is door te verwijzen naar het percentage toekenningen.

Uiteraard werd hij niet tegengesproken. Kijk ook eens naar de NRC van vorig jaar. Ook daarin de simpele vergelijking met de toekenningspercentages. Opmerkelijk is dat ook in de commentaren bij het artikel niemand tot het besef komt dat asielzoekers geen homogene groep vormen.

Nog geen jaar geleden kwam RTL nog met een artikel waarin werd gesteld dat Nederland absoluut niet meer aantrekkelijk is voor asielzoekers. Het geheugen van de pers is kort, maar dat komt door het probleem –ik heb al heel vaak benadrukt- dat er niemand bij de pers rondloopt die zich gespecialiseerd heeft in de cijfers van migratie en asiel. Dat speelt volledig in de kaart van extreem-rechts die daar handig gebruik van maakt.

De politiek
De PVV wilde meteen een debat over het hoge toekenningspercentage. Volgens Sietse Fritsma was het duidelijk dat het kabinetsbeleid een aanzuigende werking heeft. Fritsma wilde een dertigledendebat maar kreeg dat niet.  Wel kwam in het mondelinge vragenuurtje (GL) het kinderpardon uitvoerig aan de orde. Belangrijk, maar het hele asiel- en migratiebeleid is wel meer dan alleen maar mensen die in de knel zijn gekomen. Er is echter geen belangstelling voor en dat geeft de wijdverspreide desinformatie in ons land alle kans.

Conclusie:
-Juist doordat het beleid in Nederland zo streng is krijgen wij minder kansarme asielzoekers en dat verhoogt het percentage toekenningen. België is nu ook strenger geworden en ontmoedigd de komst van mensen die geen kans hebben. Dat beleid is succesvol en vervolgens zie je ook daar dan ook het toekenningspercentage stijgen.

-Het is daarom de reinste massa-misleiding van de IND om zo de cijfers te presenteren en je er niet bij vertelt dat er een enorm verschil is in de herkomst van asielzoekers die naar de verschillende landen gaan. De IND bedondert de boel kan dan niet anders mijn conclusie zijn.

-Uiteraard treft de pers ook blaam door absoluut niets te weten van de cijfers. Excuus is er niet. De Belgen kunnen het toch ook?

-Uiterst jammer dat politici zich alleen maar bezig houden met zielige gevallen. Miljoenen Nederlanders geloven daardoor dat Nederland maar een soft beleid voert.

-Goed vergelijken kan m.i. alleen als je individuele herkomstlanden vergelijkt, maar ik heb mijn twijfels of dat wel zondermeer lukt omdat er vermoedelijk belangrijke verschillen in de manier van administreren zitten.

——————————————————————————————————————————–

Update 18/05/2014

Afgelopen donderdag, vijf dagen na verschijning van dit artikel, was het Kamerdebat over de toestroom van met name Eritrese asielzoekers. Aan het eind van het debat blijken de wonderen de wereld nog niet helemaal uit te zijn. Fritsma (PVV) maakte de volgende opmerking:

In Nederland wordt ongeveer 60%, namelijk 57%, van de asielaanvragen ingewilligd, terwijl dat in de omliggende landen ongeveer 27% tot 30% is. Dat is toch een gruwelijk groot verschil? Met andere woorden: wees niet meer gekke Henkie van Europa en ga het toelatingsbeleid meteen aanscherpen.

Wie schetst mijn verbazing dat Teeven Fritsma antwoordde met:

 ‘De heer Fritsma weet net zo goed als ik dat er vertekeningen zitten in de internationale vergelijkingen van Eurostat, als het gaat om de cijfers en zeker als het gaat om het onderwerp “nareis”. Andere landen administreren het op een andere manier. Daarom geven de inwilligingspercentages een vertekend beeld ten opzichte van de feitelijke situatie. De heer Fritsma weet ook dat de inwilligingspercentages voor Syrië en Eritrea hoog zijn in alle Europese landen, niet alleen in Nederland. Je moet dus niet doen alsof wij gekke Henkie zijn of alsof ik gekke Henkie ben. We moeten realistisch zijn. Als je de vertekeningen eruit haalt, zie je geen grote verschillen tussen de inwilligingspercentages. Dat moeten we hier vandaag wel met elkaar vaststellen, denk ik.’

Precies dus wat ik in dit artikel betoogde!! Dan rest er een belangrijke vraag waarom de IND dan met de kale cijfers naar buiten komt. In de TK werd die vraag niet gesteld. Ook in de pers zie je de opmerkingen van Teeven niet terug. Ik verbaas me er niet meer over.

Update 23 mei 2016: Het WODC van het MvVJ heeft een onderzoek gedaan naar de toekenningspercentages over 2014 en concludeerde:

Net of the effects of international differences in asylum seekers’ origin, age and sex, the Netherlands no longer has a relatively high recognition rate, and actually emerges as a relatively ‘restrictive’ European country. It is estimated to have reached a positive decision in 39% of the cases, had it made all first instance decisions on the asylum requests that the 30 EU/EFTA countries dealt with in 2014, while the European average was 47%.’ 

Dat is nogal wat. Als Nederland alle beslissingen van de EU-landen zou hebben genomen dan zou het toekenningspercentage van de hele EU niet 47% zijn geweest maar 39%.

 

——————————————————————————————————————–

Veel meer over aanvragen asielzoekers en over de strengheid van Nederland in dit artikel

*) Om dubbeltellingen te voorkomen heb ik het aantal –unieke- asielzoekers berekend door het aantal beslissingen te nemen en daaruit te filteren het geschatte aantal beslissingen die zijn genomen op tweede en vervolgaanvragen. Het aantal toegekende aanvragen is inclusief beslissingen in beroep. Uit de toekenning heb ik ook de gemiddeld ongeveer 5.000 uitgenodigde (resettled) vluchtelingen gehaald.
Deze methode is de reden waarom ik naar het gemiddelde kijk van de afgelopen 3 jaar.
Door deze manier van berekenen kom ik op een hoger percentage toekenningen dan de IND. De IND gaat namelijk uit van het aantal ingevulde formulieren -een asielzoeker kan meerdere aanvragen indienen- en houdt –waarschijnlijk- ook geen rekening met asielzoekers die in beroep alsnog een verblijfsvergunning krijgen.

One thought on “Valse cijfers over % verblijfsvergunningen voor asielzoekers

Leave a Reply