Uitkeringen: autochtonen hebben er meer.

Er wordt heel veel geroepen over allochtonen en uitkeringen. Vaak is het onzin en op z’n minst is er sprake van halve leugens, belangrijke verzwijgingen of overdrijvingen. Vooral voor de PVV is het een belangrijk punt en menen ze hier financieel voordeel te kunnen behalen door het stopzetten van de immigratie uit niet-westerse landen. Ten onrechte zoals zal blijken.

In dit stuk ga ik in op het aantal uitkeringen en hoe de ene groep daarin verschilt met de andere groep. Ook ga ik in op de bijstand aan mensen in de AOW-leeftijd.

Zie ook: Uitkeringen sinds 1970
Dit artikel maakt deel uit van een drieluik. Het tweede artikel gaat over de (beroeps)bevolking, werkloosheid etc. en laat ik de ontwikkelingen in de uitkeringen sinds het jaar 2008 zien. Het derde artikel gaat over uitkeringen in gemeenten en specifiek over de bijstand in Rotterdam.

Dit blog is een actualisering van een –veel gelezen- artikel dat ik 3,5 jaar geleden heb geschreven. Aanleiding is een artikel in Elsevier van 25 september met als kop ‘In cijfers: allochtonen oververtegenwoordigd in de bijstand.’ Klopt dat en hoe zit het dan met de andere uitkeringen? Elsevier geeft geen antwoord op die laatste vraag.

De getallen heb ik voor de leesbaarheid afgerond op duizendtallen. Ook de percentages zijn meestal afgerond.

In tabel 1 geef ik de laatste –voorlopige- stand van de bevolking tussen 15 en 65 jaar, het aantal uitkeringen en de verdeling over het de verschillende herkomstgroepen. *)

Bevolking Totaal zijn er bijna 11 miljoen Nederlanders die behoren tot de zgn. potentiele beroepsbevolking oftewel de groep 15 tot 65 jaar. De grootste groep zijn de autochtonen met 77%. De westerse allochtonen vormen 10% en niet-westers 13%. Het betreft hier eerste en tweede generatie.

De verschillende uitkeringen. Totaal worden er 4,6 miljoen uitkeringen verstrekt *). Bijna 1,7 miljoen aan mensen tot de AOW-leeftijd.  Binnen die groep maakt de bijstand met 467.000 28% uit. Betrek je ook de AOW erbij dan is het aandeel 10%. De WW is met 443.000, 26% (10%),  bijna net zo groot, maar de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen maken met 785.000, 46% (17%), bijna de helft uit. De AOW heeft er bijna 3 miljoen en maakt bijna 2/3 uit van het totaal aantal verstrekte uitkeringen.

 t1_1

De bijstand bestaat uit een aantal zgn. bijstandsgerelateerde-uitkeringen. Totaal 467.000 tot 65 jaar (over de bijstand aan AOW-gerechtigden verderop). Verreweg de grootste aantal, 95%, heeft een WWB, maar er zijn ook nog bv. de IOAW en IOAZ. Dat zijn ook bijstandsuitkeringen maar met een enkele uitzondering op de voorwaarden. Deze groep wordt vaak vergeten en dat lijkt niet heel relevant maar als je kijkt naar het stuk van Elsevier dan zie je dit plaatje. Daar staat Autochtonenberoepsbevolking: 8,5 miljoen en maar 2% bijstand. Kan je dus een mooi plaatje van maken, maar allereerst is die 8,5 miljoen niet de beroepsbevolking maar de volledige autochtone bevolking 15-65 jaar. De autochtone beroepsbevolking is ruim 2 miljoen kleiner. Van de beroepsbevolking is het uitkeringspercentage 3%. Dat percentage krijg je ook als je alle bijstandsgerelateerde uitkeringen erbij betrekt en het percentage neemt van alle autochtonen van 15-65 jaar. Elsevier neemt maar één uitkering, de WWB. Twee procent of drie procent lijkt niet veel, maar in de vergelijking met de andere groepen maakt het veel uit. Daarnaast heeft bijstand i.t.t. de WW een relatie met de gehele bevolking en niet alleen met de werknemers.

De WW is bijna net zo groot als de bijstand. Hier zien we veel minder verschil tussen de bevolkingsgroepen. De twee allochtone groepen hebben beide een procentpunt meer dan de autochtone die 2 punten minder hebben.

De arbeidsongeschiktheidsuitkeringen –waarvan de WAO de bekendste is- hebben ook niet veel verschillen. Totaal heeft 7% van de bevolking een AO-uitkering. Niet-westers heeft met 14% iets meer dan hun aandeel in de bevolking en westers iets minder. Autochtonen zitten met 77% precies op hun aandeel in de bevolking.

De AOW is  –ik schreef het al- verreweg de grootste verstrekking. Hier neem ik ook een percentage van de bevolking tussen de 15 en de AOW-leeftijd, de zgn. grijze druk.  We zien een zeer duidelijk verschil. Als het gelijk verdeeld zou zijn dan zouden autochtonen 77% van de AOW uitmaken, maar het is 87%. De grijze druk van autochtone AOW-gerechtigden t.o.v. autochtone bevolking  15-65 jaar is 30%.  Westerse allochtonen zitten vrijwel op het gemiddelde, maar niet-westers zit daar ver onder. Met 94.000 uitkeringen heeft zij maar een aandeel van 3% en is de grijze druk 7% op de niet-westerse bevolking. De totale grijze druk is 26%. Straks nog meer over de AOW.

Totalen uitkeringen
In tabel 2 tel ik de uitkeringen van tabel 1 bij elkaar op en bereken het verschil in aantal tussen de herkomstgroepen. Allereerst zonder AOW. Er gaan 1.695.000 uitkeringen naar de bevolking 15 jaar tot de AOW-leeftijd. Vijftien procent van die leeftijdsgroep heeft dus een uitkering. Het aandeel van autochtonen is 68% (14% van de autochtone bevolking). Westerse allochtonen krijgen 10% (16%). Het totaal uitkeringen voor niet-westerse allochtonen is 371.000  en dat is 22% van alle uitkeringen. 27% van de niet-westerse allochtonen tussen de 15 en AOW-leeftijd krijgt een uitkering. Je kan dus zeggen dat niet-westerse 2x zo vaak een uitkering hebben als autochtonen van de groep 15-65 jaar.

Daarnaast het plaatje inclusief AOW.  Totaal 80% van alle uitkeringen gaat naar autochtonen. De uitkeringsdruk is 43%. Westerse allochtonen zitten daar iets onder met een aandeel van 10% (41%), maar niet-westerse  krijgen 465.000 uitkeringen en dat is 34% van de bevolking tussen 15 en de 65 jaar.

t1_2

Dat verschil in percentage van het aantal uitkeringen is ook uit te drukken in aantallen en dat doet het middelste blok.
Autochtonen krijgen, zoals we hebben gezien, 46% van de bijstandsuitkeringen en dat terwijl zij een veel groter aandeel, 77%, van de potentiele beroepsbevolking uitmaakt. Het verschil, -32% (negeer het afrondingsverschil), geeft dat autochtonen 148.000 ‘te weinig’ bijstandsuitkeringen krijgen. Bij westerse allochtonen is het verschil 5.000 ‘te veel’, maar bij niet-westers is het 143.000 ‘te veel’. Bij de WW is het aantal ‘te weinig’ bij de autochtonen -11.000 en bij de arbeidsongeschiktheid -2.000. Bij de AOW hebben autochtonen er 294.000 ‘te veel’ en niet-westerse allochtonen er 272.000 te weinig.

Het onderste blokje telt het verschil tussen de verschillende uitkeringen op.  Links laat zien dat zonder AOW  autochtonen 161.000 ‘te weinig’ uitkeringen hebben en dat hun aandeel daardoor hun aandeel 9% ‘te laag’ is. Dat is -1,9% van de totale autochtone bevolking van 15-65 jaar. Bij westerse allochtonen is er maar een zeer gering verschil (3.000 ‘te veel’, 0%), maar bij niet-westerse allochtonen is het 158.000 ‘te veel’ en dat betekent dat 11,4% van de niet-westerse bevolkingsgroep tussen 15 en 65 jaar ‘te veel’ in de uitkering loopt.

Het verschil inclusief AOW geeft een geheel omgekeerd plaatje. Hier zien we dat autochtonen 123.000 ‘te veel’ uitkeringen hebben, westerse allochtonen 9.000 en niet-westers 114.000 ‘te weinig’ uitkeringen hebben.

De AOW-uitkering en de bijstand
Iedereen tussen de 15 jaar en AOW-gerechtigde leeftijd die in Nederland woont is verzekerd voor de AOW. Als je verzekerd bent dan ben je premieplichtig, maar als je geen inkomen hebt dan ben je toch verzekerd. Dus iemand in AOW-leeftijd is niet verzekerd voor de AOW en hoeft dus ook geen premie te betalen. Een 15-jarige scholier die geen inkomen heeft betaalt geen premie, maar is toch wel verzekerd. Voor ieder jaar dat je verzekerd bent krijg je vanaf je AOW-gerechtigde leeftijd 2% AOW. Als je alle 50 jaar tussen je 15 en 65 jaar verzekerd bent geweest krijg je dus 100% AOW.
Iemand die op zijn dertigste hierheen is gekomen komt 15 jaar tekort en krijgt maar 70% AOW.

Neem twee mensen die AOW krijgen en beide €200 pensioen hebben echter de een is op zijn dertigste hierheen gekomen.

A krijgt 100% AOW en dat is €1.040,- + €200,- = 1.240,-.
B krijgt 70% AOW €728 + € 200,- = € 928,-.

Dit zijn bruto bedragen, maar die €928,- is beneden het bestaansminimum en daarom krijgt B een aanvullende bijstand tot de bijstandsnorm, mits hij geen ander inkomen, spaargeld of een andere vorm van vermogen heeft. Het is tenslotte bijstand.
In dit artikel schreef Elsevier daarover: ‘Gepensioneerden die niet altijd in Nederland hebben gewoond krijgen geen volledige AOW-uitkering. Die wordt in dergelijke gevallen aangevuld met een bijstanduitkering.’  Wat Elsevier er dus niet bij schrijft is dat dat alleen maar het geval is als men onder de bijstandsnorm zit inclusief alle andere inkomsten en maar een klein beetje vermogen heeft.
Dat blijkt ook uit de cijfers: van de 94.000 niet-westerse allochtonen krijgen er slechts 5.000 een volledige AOW, terwijl autochtonen vrijwel allemaal 100% AOW krijgen.
Van die 89.000 onvolledige niet-westerse AOW’ers krijgt een minderheid, 36.500 (40%), een aanvullende bijstand.

De PVV
Wilders 24 augustus 2012:

En uiteraard is er nog de 7,2 miljard per jaar die wij besparen als we een einde maken aan de immigratie-waanzin. Meer dan de helft van het geld dat we uitgeven aan bijstand gaat naar niet-Westerse allochtonen. Daarover hoor je Emile Roemer niet.

Zeer twijfelachtig of het meer dan helft is, maar interessanter is dat Wilders met een immigratiestop denkt te kunnen bezuinigen. Zoals ik heb laten zien hebben is de uitkeringsdruk van autochtonen hoger dan dat van niet-westerse allochtonen en dat komt door de AOW. Het rapport van Nyfer uit 2010, waar de 7,2 miljard vandaan komt, heeft de AOW meegenomen in de berekening. Dat is logisch, maar het zijn uitgaven die pas over tientallen jaren worden gedaan. Betaald door de bevolking die dan tussen de 15 jaar en de AOW-leeftijd is. Tot die tijd kan de immigrant geld opleveren of maar weinig kosten (zie bijvoorbeeld dit plaatje uit het rapport). Aangezien de gemiddelde leeftijd van een niet-westerse 1ste generatie immigrant 30 jaar is, betekent dat dat je pas over pakweg 40 jaar profijt gaat hebben van een immigratiestop nu. Het zou dus goed zijn voor het houdbaarheidstekort, maar daar naar kijken vindt Wilders nu juist onzin. Dat krijg je dus als je bijvoorbeeld  eenzijdig naar maar één uitkering kijkt. –Dit alles staat los van het feit dat het Nyferrapport wemelt van de fouten, maar dat is een ander verhaal.

Bronnen:

Bevolking; generatie, geslacht, leeftijd en herkomstgroepering, 1 januari

Personen met een uitkering; naar geslacht, leeftijd en herkomstgroepering

In deel twee wordt gekeken naar de ontwikkelingen van de (beroeps) bevolking, werkloosheid en het aantal uitkeringen sinds 2007. In deel drie naar de uitkeringen in de gemeenten en specifiek naar Rotterdam.

*) de leeftijdsgroepen zijn van 15-65 jaar. De uitkeringen tot de AOW-gerechtigde leeftijd. Dat geeft een lichte vertekening omdat sinds 2013 de AOW-gerechtigde leeftijd elk jaar met een maand is opgeschoven.

**) ANW, kinderbijslag en toeslagen buiten beschouwing gelaten. Zowel de bevolkingsaantallen als het aantal uitkeringen betreffen voorlopige cijfers.

7 thoughts on “Uitkeringen: autochtonen hebben er meer.

  1. Piet van den Hoeck

    Het lijkt me ook zeer logisch dat Nederlanders meer uitkeringen hebben dan buitenlanders.
    Mensen met een AOWtje hebben er lang genoeg voor gewerkt dacht ik zo.
    Als buitenlanders hier niet gewerkt hebben hebben ze geen recht op uitkering ook vind ik.
    Waarom zou ik belasting betalen om die mensen aan het eten te houden?
    We krijgen zelf steeds minder, huizen staan onder water en belastingdruk wordt hoger.
    Als we dat geld nu eens zouden uitgeven aan mensen die hier al hun hele werkzame leven hebben meebetaald, dan zou het hier een stuk leefbaarder blijven. De spoeling wordt gewoonweg te dun.
    En op is op. Dat is realisme en geen racisme. De bomen groeien niet meer tot in de hemel.
    Lamlul Joop den Uyl cs is allang dood. We zitten nu met de brokstukken van die weggooier.

  2. vandyke Post author

    Tja als u het artikel nog geeneens leest dan wordt het moeilijk praten.
    Dit is al de vierde reactie deze nacht en opnieuw heeft u geen enkele inhoudelijk kritiek.

  3. Piet van den Hoeck

    Inhoudelijke kritiek? Wat kan mij een rapport van Nyfer schelen?

    Edit Van Dyke: en zo gaat het maar door. Heeft niets met het artikel te maken en daarom verwijderd.

  4. Kees Bogaards

    Begrijp ik de tabellen goed dat het autochtone percentage van bijstandsuitkeringen 3% van de uitkeringen bedraagt, en het percentage van niet westerse allochtonen 15% , dwz een 500% groter aandeel?
    Is een mogelijke verklaring hiervoor dat niet-westerse allochtionen in het begin een relatief lange periode bijstand nodig hebben?
    Als het antwoord op de laatste vraag ja is, is het mogelijk de statistieken op te schonen zonder zo’n aanloop periode?

  5. vandyke Post author

    Mijn excuses Kees Bogaards want ik had je commentaar niet gezien omdat het in het spamfilter was terechtgekomen.
    Je constatering is juist alhoewel ik liever zeg 400% groter aandeel of 5x zo groot.
    In de voorstelling van Elsevier is het 7,5x zoveel.
    Zonder afronding is het 5,5x zoveel.

    Niet-westers moet je niet op een hoop gooien. Bijstandsafhankelijkheid komt vooral veel voor bij asielzoekers en nakomelingen van de vroegere gastarbeiders. Het grootste deel van de immigratie van niet-westersen van de afgelopen 10 jaar, zie je niet in de statistieken bijstand terug.

    De huidige tabellen van het CBS hebben geen relatie uitkering en verblijfsduur. Is natuurlijk wel heel interessant.

  6. Ali bombali

    Als een hardwerkende burger van Nederland zeg ik: Dankzij Polen,Bulgaren,[Hongaren,die zijn meestal verdwaalde schapen van Europa,ze zitten massaal in Oostenrijk],enz. zullen er meer en meer Nederlanders met een buitenlandse origine in de bijstand terechtkomen.

    Jammer maar dat kun je niet heen.Kapitalisme viert zijn hoogtij helaas.Dit geldt ook voor gewone Hollanders met blauwe ogen en blonde haren. Halve leven aan schoolbank doorbrengen,daarna schuld van opleiding proberen af te lossen tot je de dood in de ogen hebt gekeken.

    Media probeert mensen dom te houden met Ebola,Oorlog in Irak,Kobani,bla bla bla

  7. Marjolein

    De AOW cijfers kunnen nog niet helemaal goed vergeleken worden.

    Bijvoorbeeld: Marokkaanse gastarbeiders die hier vanaf 1969 kwamen (grotendeels jonge mannen) beginnen nu pas net de AOW leeftijd te bereiken. Waarschijnlijk zullen deze cijfers de komende jaren dus nog behoorlijk gaan schuiven.

    Verder is AOW niet een relevante uitkering om de kijken naar participatie: een AOW-gerechtigde maakt geen deel meer uit van de potentiele beroepsbevolking.
    Voor de discussie over uitkering en werk zijn dus alleen de cijfers over bijstand, arbeidsongeschiktheid en WW relevant.

Leave a Reply